ECLI:NL:RBSGR:2010:BN1618
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Sudanese vreemdeling wegens ongeloofwaardig relaas en onvoldoende risico op schending artikel 3 EVRM
Eiser, een Sudanese vreemdeling, verzocht om een verblijfsvergunning asiel wegens politieke vervolging in Sudan. Hij stelde dat hij actief was in een illegale studentenvereniging en dat hij werd mishandeld, opgesloten en gemarteld. Verweerder wees de aanvraag af op grond van een individueel ambtsbericht dat het asielrelaas ongeloofwaardig achtte en onvoldoende risico op ernstige schendingen bij terugkeer aannam.
De rechtbank toetste het besluit en oordeelde dat verweerder terecht het individuele ambtsbericht mocht betrekken bij de beoordeling. Het ambtsbericht bevatte onder meer dat eiser niet ingeschreven stond op de genoemde school, dat politieke activiteiten aldaar onwaarschijnlijk waren en dat het ziekenhuis waar eiser zou zijn opgenomen slechts dagbehandeling bood. Ook werd de ontsnapping en demonstratie niet geloofwaardig geacht.
Verder oordeelde de rechtbank dat het beroep op artikel 3 EVRM Pro niet slaagt, omdat het algemene ambtsbericht geen aanwijzingen gaf voor een reëel risico op gevangenhouding of mishandeling van jongemannen zoals eiser. Ook het beroep op subsidiaire bescherming op grond van artikel 15 van Pro de Definitierichtlijn faalde wegens het ontbreken van een uitzonderlijke situatie van willekeurig geweld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de afwijzing van de verblijfsvergunning. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardig relaas en onvoldoende risico op schending artikel 3 EVRM.