ECLI:NL:RBSGR:2010:BN2040
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende inspanning minnelijke regeling
Verzoekster heeft op 1 december 2009 een verzoekschrift ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling (WSNP) en tevens verzocht om een voorlopige voorziening. Na behandeling van het voorlopige verzoek op 15 januari 2010 werd deze voorziening per 15 april 2010 wegens tijdsverloop beëindigd. De rechtbank heeft vervolgens het toelatingsverzoek tot WSNP beoordeeld.
Uit het dossier blijkt dat verzoekster zich op 2 november 2009 bij de schuldhulpverlening heeft aangemeld en dat de schuldhulpverlenende instelling pas op 23 maart 2010 een verzoek om saldo-opgave aan schuldeisers heeft gedaan. Daarna volgde pas op 22 juni 2010 een rappel aan schuldeisers die niet hadden gereageerd. In de tussentijd zijn nieuwe belastingschulden bekend geworden, wat het traject vertraagde.
De rechtbank oordeelt dat de schuldhulpverlenende instelling onvoldoende inspanningen heeft geleverd om binnen de voorgeschreven termijn van 120 dagen een minnelijke regeling te bereiken, zoals voorgeschreven in de bindende Gedragscode Schuldregeling van de NVVK. Het uitblijven van een ondertekende overeenkomst en het lange tijdsverloop zonder adequate acties leiden tot de conclusie dat het verzoek onvoldoende is onderbouwd.
De rechtbank wijst het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling af en wijst erop dat verzoekster opnieuw een verzoek kan indienen mits zij kan aantonen dat zij tevergeefs heeft geprobeerd een minnelijke regeling te treffen met haar schuldeisers. Het vonnis is uitgesproken op 20 juli 2010 door de enkelvoudige kamer van de rechtbank 's-Gravenhage.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens onvoldoende inspanning om een minnelijke regeling te bereiken.