ECLI:NL:RBSGR:2010:BN2972
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan na verblijf buiten EU
Eiser, van Amerikaanse nationaliteit, is gehuwd met een Nederlandse vrouw die gebruik heeft gemaakt van het recht op vrij verkeer binnen de Europese Gemeenschap door in Zweden te wonen en werken. Na langdurig verblijf in Zweden en vervolgens in de Verenigde Staten keerde het echtpaar in 2007 terug naar Nederland. Eiser verzocht om een verblijfsdocument als gemeenschapsonderdaan op grond van het EG-verdrag en de Vreemdelingenwet 2000.
Verweerder weigerde dit omdat eiser niet als gemeenschapsonderdaan kan worden aangemerkt, aangezien hij en zijn echtgenote niet aansluitend vanuit Zweden naar Nederland zijn teruggekeerd, maar eerst buiten de EU verbleven. De rechtbank bevestigt dat het recht op vrij verkeer binnen de EU niet geldt als men zich buiten het grondgebied van de EU begeeft en dat het nationale recht dan van toepassing is.
De rechtbank oordeelt dat de jurisprudentie van het Hof van Justitie die het recht op terugkeer beschermt, niet van toepassing is op situaties waarin het echtpaar buiten de EU verbleef. Een beroep op artikel 8 EVRM Pro kan niet leiden tot afgifte van het gevraagde document zonder een aanvraag voor een reguliere verblijfsvergunning. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser op rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan wordt ongegrond verklaard.