ECLI:NL:RBSGR:2010:BN3427
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot uitleveringsverbod aan Russische Federatie wegens risico op foltering
Eiser, een Letse staatsburger, verzocht de rechtbank om een verbod op zijn uitlevering aan de Russische Federatie, waar hij wordt verdacht van betrokkenheid bij de productie en handel in verdovende middelen. De Russische autoriteiten garandeerden dat eiser alle verdedigingmogelijkheden krijgt en niet zal worden blootgesteld aan foltering of onmenselijke behandeling.
De rechtbank te Haarlem verklaarde de uitlevering toelaatbaar en de Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van eiser. Eiser vroeg vervolgens garanties over bescherming tegen foltering en stelde dat uitlevering moest worden uitgesteld vanwege onderhandelingen over een mogelijke informantenstatus.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het vertrouwensbeginsel in acht moet worden genomen, dat de Russische Federatie het EVRM heeft geratificeerd en dat eiser na uitlevering rechtsmiddelen heeft. De aangevoerde rapporten boden onvoldoende concrete aanwijzingen voor een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro. Ook was geen feitelijke grondslag voor de stelling dat uitlevering moest worden uitgesteld vanwege onderhandelingen over informantenstatus.
Daarom werden de vorderingen van eiser afgewezen en werd hij veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot uitleveringsverbod af wegens onvoldoende concrete aanwijzingen voor risico op foltering.