ECLI:NL:RBSGR:2010:BN3522
Rechtbank 's-Gravenhage
- Raadkamer
- Smelt
- Keltjens
- Meijers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep op vordering tot beperkte anonimiteit van getuigen in mini-instructie
In deze strafzaak is hoger beroep ingesteld door de officier van justitie tegen de beschikking van de rechter-commissaris die de vordering tot beperkte anonimiteit van twee getuigen (NN2 en NN3) in het kader van een mini-instructie heeft afgewezen.
De officier van justitie vorderde dat de namen van de getuigen niet zouden worden gevraagd tijdens hun verhoor, vanwege mogelijke overlast of represailles. De rechtbank overweegt dat de officier van justitie bevoegd is een dergelijke vordering te doen, ook binnen een mini-instructie. Echter, er moet een gegrond vermoeden bestaan dat de getuigen overlast zullen ondervinden wanneer hun identiteit bekend wordt.
De feiten betreffen een ernstige verdenking van poging tot doodslag door verdachte en zijn broers. Hoewel de aard van het delict en de betrokkenheid van de verdachte op zichzelf zwaarwegend zijn, ontbreken concrete aanwijzingen dat de getuigen overlast zullen ervaren. Incidenten zoals een dreigende situatie met drie mannen en het afbranden van het huis van de aangever zijn onvoldoende concreet om het vereiste vermoeden te staven.
De rechtbank concludeert dat het hoger beroep ongegrond is en wijst het af, waarmee de beschikking van de rechter-commissaris blijft staan.
Uitkomst: Het hoger beroep van de officier van justitie wordt afgewezen wegens onvoldoende gegrond vermoeden voor beperkte anonimiteit van getuigen.