ECLI:NL:RBSGR:2010:BN3586
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Nederland mag belasting heffen over verkoopwinst van in Nederland gelegen onroerend goed door in Frankrijk wonende Nederlander
Eiser, woonachtig in Frankrijk, behaalde in 2005 een verkoopwinst van €75.000 op de verkoop van een pand in Nederland. De Belastingdienst legde hem een aanslag inkomstenbelasting en een vergrijpboete op. Eiser voerde aan dat Nederland geen heffingsrecht had op grond van het belastingverdrag met Frankrijk en dat het voordeel anders moest worden toegerekend of verminderd.
De rechtbank stelde vast dat het voordeel volgens de Nederlandse wetgeving als resultaat uit overige werkzaamheden (box 1) moest worden belast en dat het belastingverdrag Nederland het heffingsrecht gaf over de verkoopwinst van in Nederland gelegen onroerend goed. De rechtbank verwierp de stellingen van eiser over schuldenverrekening en reiskosten wegens onvoldoende bewijs.
Ten aanzien van de vergrijpboete oordeelde de rechtbank dat verweerder niet aannemelijk had gemaakt dat eiser opzettelijk onjuiste aangifte had gedaan. De boete werd daarom vernietigd. Het beroep werd gegrond verklaard voor zover het de boete betrof en ongegrond voor het overige. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Nederland mag belasting heffen over de verkoopwinst, maar de vergrijpboete wordt vernietigd wegens gebrek aan opzet.