ECLI:NL:RBSGR:2010:BN3680
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verhoging gecombineerde heffingskorting voor nihil inkomen grensarbeiderspartner
Eiseres, wonende in Nederland, had voor de jaren 2004 en 2005 geen inkomen en vroeg om toepassing van de verhoging van de gecombineerde heffingskorting. Haar echtgenoot werkte in België en was op grond van het Verdrag Nederland-België voor die jaren geen belasting en premie volksverzekeringen verschuldigd in Nederland.
De rechtbank oordeelt dat vanwege het nihil inkomen van eiseres en haar echtgenoot de gecombineerde heffingskorting en de verhoging daarvan nihil bedragen. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat de wetgever een objectieve en redelijke rechtvaardiging heeft voor de ongelijke behandeling van grensarbeiderspartners.
Ook is geen strijd met communautair recht vastgesteld. De rechtbank verklaart het beroep op de aanslagen ongegrond, maar acht het beroep op de heffingsrente gegrond en vermindert deze conform het arrest van de Hoge Raad. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Beroep op verhoging gecombineerde heffingskorting afgewezen; heffingsrente verminderd.