ECLI:NL:RBSGR:2010:BN3681
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling compensatieregeling Nederlandse grensarbeiders en heffingskorting AWBZ
Eiser, woonachtig in Nederland en in België werkzaam, maakte bezwaar tegen aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor 2004 en 2005, waarbij toepassing van de compensatieregeling voor grensarbeiders aan de orde was. De kern van het geschil betrof de vraag of de heffingskorting voor de algemene verzekering bijzondere ziektekosten (AWBZ) bij de berekening van de compensatie volgens artikel 27, tweede paragraaf, van het Verdrag Nederland-België in aanmerking genomen moet worden.
De rechtbank overweegt dat noch de wettelijke regeling noch het vertrouwensbeginsel daartoe verplicht. De heffingskorting AWBZ werd niet meegenomen omdat de partner van eiser in België verzekerd was en geen recht had op deze heffingskorting in Nederland. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat eerdere onjuiste toepassing in 2001 en 2002 geen recht geeft op voortzetting en er geen bindende toezegging van de overheid is gebleken.
Verder werd het beroep op de heffingsrente voor 2005 gegrond verklaard en deze verlaagd op basis van een arrest van de Hoge Raad. De beroepen tegen de aanslagen en heffingsrente voor 2004 werden ongegrond verklaard. De rechtbank veroordeelde de Belastingdienst tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De uitspraak bevestigt de juiste toepassing van de compensatieregeling en benadrukt het belang van wettelijke grondslagen boven het vertrouwensbeginsel in dit fiscale geschil.
Uitkomst: De rechtbank wijzigt de heffingsrente voor 2005 en bevestigt dat de AWBZ-heffingskorting niet in de compensatieberekening wordt meegenomen.