ECLI:NL:RBSGR:2010:BN3773
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- M. Th. Nijhuis
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot plaatsing geneesmiddel Targinact in het Geneesmiddelenvergoedingssysteem
Mundipharma, een farmaceutisch bedrijf, verzocht de Minister van Volksgezondheid om het geneesmiddel Targinact op te nemen in het Geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS), specifiek op bijlage 1A of 1B van de Regeling zorgverzekering. Targinact is een combinatie van oxycodon en naloxon, bedoeld voor de behandeling van ernstige pijn met als doel ook opioïde-geïnduceerde obstipatie te verminderen.
De Commissie Farmaceutische Hulp (CFH) en het College voor zorgverzekeringen (CVZ) adviseerden de Minister om Targinact niet op te nemen in het GVS, omdat het volgens hen geen therapeutische meerwaarde heeft ten opzichte van bestaande behandelingen, met name oxycodon in combinatie met een optimaal laxansregime. Mundipharma stelde dat de onderzoeken van CFH gebrekkig waren en dat het geneesmiddel wel degelijk een therapeutische meerwaarde heeft.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de beoordeling van de Minister en CFH terughoudend moet worden getoetst en dat het besluit niet onmiskenbaar onjuist of onrechtmatig is. De rechter volgde de argumenten van de Staat dat de onderzoeksopzet van Mundipharma niet voldeed aan de richtlijnen en dat het verschil in eigenschappen tussen Targinact en oxycodon monotherapie significant is, maar niet leidt tot plaatsing op bijlage 1B.
De vorderingen van Mundipharma werden afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten. De rechter concludeerde dat de Minister in redelijkheid heeft kunnen besluiten Targinact niet op te nemen in het GVS, en dat er geen aanleiding is tot herbeoordeling of plaatsing op de gevraagde bijlagen.
Uitkomst: De vorderingen van Mundipharma tot opname van Targinact in het GVS worden afgewezen.