ECLI:NL:RBSGR:2010:BN3824
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- B.C. Punt
- D.H. baron von Maltzahn
- W.G. de Boer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling Nederlandse nationaliteit op grond van geboorte en verblijf
Verzoeker heeft de rechtbank verzocht vast te stellen dat hij de Nederlandse nationaliteit bezit, dan wel subsidiair hem in de gelegenheid te stellen gebruik te maken van zijn optierecht. Hij baseert zijn verzoek op het ius soli en het domiciliebeginsel, en stelt dat stukken met een afwijkende schrijfwijze van zijn voornaam niet op hem zien.
De Staat voert aan dat verzoeker bij geboorte niet de Nederlandse nationaliteit heeft verkregen omdat zijn vader geen Nederlander was, en dat verzoeker waarschijnlijk de Marokkaanse nationaliteit bezit. De rechtbank constateert dat verzoeker inderdaad niet staatloos is, mede gelet op het Marokkaanse paspoort en laissez-passer.
De rechtbank overweegt dat het ius soli-beginsel niet geldt in het Nederlandse nationaliteitsrecht en dat langdurig verblijf op zich geen aanspraak geeft op het Nederlanderschap. De afwijking in de schrijfwijze van de voornaam leidt niet tot de conclusie dat stukken niet op verzoeker zien. Het primaire en subsidiaire verzoek worden afgewezen omdat de Rijkswet op het Nederlanderschap geen grond biedt voor toewijzing in deze situatie.
Uitkomst: Verzoek tot vaststelling Nederlandse nationaliteit en subsidiair optierecht wordt afgewezen.