ECLI:NL:RBSGR:2010:BN3825
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens gebrek aan geloofwaardig asielrelaas en onvoldoende bewijs uitzonderlijke situatie in Zuid-Somalie
Eiser, een Somalische nationaliteit afkomstig uit Zuid-Somalie, verzocht om een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 28 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde dat hij bedreigd werd door de familie van zijn echtgenote en de gewelddadige beweging Al Shabaab, en dat terugkeer naar Zuid-Somalie een reëel risico op ernstige schade inhoudt.
Verweerder wees de aanvraag af wegens gebrek aan positieve overtuigingskracht van het asielrelaas, onder meer vanwege tegenstrijdigheden in verklaringen en het ontbreken van reisdocumenten die niet aannemelijk waren gemaakt als niet-toerekenbaar. Eiser voerde verweer en beriep zich ook op artikel 15 van Pro de Definitierichtlijn over subsidiaire bescherming.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er in Zuid-Somalie een uitzonderlijke situatie bestaat waarbij zijn aanwezigheid alleen al een reëel risico op ernstige schade oplevert. Het rapport van Human Rights Watch bood onvoldoende basis om dit te concluderen. Ook het asielrelaas werd als ongeloofwaardig beoordeeld. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de weigering van de verblijfsvergunning bevestigd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel wordt geweigerd.