ECLI:NL:RBSGR:2010:BN3904
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.C.W.M. van Emmerik
- M. de Rooij
- H.B. van Gijn
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende onderbouwing betrokkenheid oorlogsmisdrijven
Eiser, een voormalige officier van het Iraakse leger en kapitein bij een divisie van de Republikeinse Garde, verzocht om een verblijfsvergunning in Nederland. Verweerder wees dit verzoek af op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, stellende dat eiser persoonlijk had bijgedragen aan oorlogsmisdrijven door het faciliteren van het gebruik van chemische wapens tijdens de slag om Majnoon.
De rechtbank oordeelt dat het gebruik van chemische wapens terecht als oorlogsmisdrijf is gekwalificeerd, maar dat verweerder onvoldoende inzicht heeft gegeven in de interne organisatiestructuur van het Iraakse leger en onvoldoende heeft onderbouwd dat eiser persoonlijk en wezenlijk heeft bijgedragen aan deze misdrijven. De enkele aanleg van communicatielijnen met een verbinding naar de chemisch adviseur is onvoldoende om een directe en wezenlijke invloed aan te nemen.
Verder beoordeelt de rechtbank het beroep op artikel 3 EVRM Pro en het subsidiariteitsbeginsel van artikel 15 van Pro de Definitierichtlijn, waarbij wordt vastgesteld dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op een schending van deze bepalingen. Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd, met de opdracht aan verweerder om binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering omtrent de persoonlijke bijdrage van eiser aan oorlogsmisdrijven.