ECLI:NL:RBSGR:2010:BN4103
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering vermoedens vervolging
Eiser, een Iraakse asielzoeker, diende op 2 juli 2008 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Verweerder wees deze aanvraag af op 20 februari 2009, onder meer wegens het ontbreken van reisdocumenten en onvoldoende aannemelijkheid van vervolging bij terugkeer. Eiser voerde aan dat hij door het Al Mahdi leger werd bedreigd vanwege zijn contacten met Amerikanen en dat hij bescherming ontving van Amerikaanse militairen.
De rechtbank constateert dat verweerder de geloofwaardigheid van de feiten in het asielrelaas grotendeels aannam, maar onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de vermoedens van vervolging niet aannemelijk zijn. Met name de achtervolging en beschieting van eiser werden onvoldoende toegelicht, terwijl deze feiten plausibel lijken gezien de verklaringen en context.
Verder heeft verweerder het onderscheid tussen vermoedens die deel uitmaken van de feiten en vermoedens over wat bij terugkeer te wachten staat, niet juist toegepast. De rechtbank beveelt een nieuwe beoordeling aan waarbij dit onderscheid wordt gemaakt en de vermoedens over vervolging bij terugkeer op hun plausibiliteit worden getoetst.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen. Tevens veroordeelt zij verweerder in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent de vermoedens van vervolging.