ECLI:NL:RBSGR:2010:BN4519
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Geschil over totstandkoming koopovereenkomst en beslag op percelen te Bodegraven
De zaak betreft een geschil tussen [XY] Vastgoed B.V. en Hoogvliet Beheer B.V. over de vraag of tussen partijen een koopovereenkomst is gesloten betreffende percelen te Bodegraven. Hoogvliet had conservatoir beslag gelegd op de percelen en [Y] vorderde opheffing van dat beslag omdat zij meende dat geen overeenkomst tot stand was gekomen en het beslag haar belemmerde in de realisatie van een nieuw tuincentrum.
De voorzieningenrechter oordeelt dat, gelet op de gedragingen en verklaringen van partijen, Hoogvliet redelijkerwijs mocht aannemen dat een koopovereenkomst was gesloten. De conceptovereenkomst van 12 april 2010 en de daaropvolgende communicatie tonen aan dat partijen op hoofdlijnen overeenstemming hadden bereikt, hoewel enkele details nog nader overleg behoefden.
De voorzieningenrechter wijst het beroep van [Y] op het ontbreken van een spoedeisend belang af en concludeert dat het beslag niet zonder meer onrechtmatig is. De belangenafweging leidt tot het oordeel dat het beslag moet blijven bestaan omdat anders levering aan een derde, zoals Lidl, mogelijk wordt, wat schadelijk zou zijn voor Hoogvliet.
De beslissing is dat de vorderingen van [Y] worden afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten. De vraag of de Gemeente toestemming zal geven voor vestiging van een Hoogvliet-supermarkt is niet relevant voor de beslissing in dit kort geding en zal in de bodemprocedure nader worden onderzocht.
Uitkomst: De vorderingen tot opheffing van het beslag worden afgewezen en het beslag blijft gehandhaafd.