ECLI:NL:RBSGR:2010:BN4828
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.F.M. Hofhuis
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens verjaring passantenvergoeding bij tbs-behandeling
Eiser vordert schadevergoeding van de Staat wegens de tijd die hij moest wachten voordat hij werd opgenomen voor tbs-behandeling, stellende dat artikel 5 EVRM Pro werd geschonden. De Staat voert verweer dat de vordering is verjaard. De rechtbank oordeelt dat de verjaringstermijn van vijf jaar begint te lopen zodra eiser bekend is met de schade en de aansprakelijke persoon, ongeacht zijn kennis van de juridische beoordeling.
De rechtbank stelt vast dat eiser vanaf het begin van de passantentermijn, uiterlijk bij plaatsing in de tbs-kliniek in april 2001, bekend was met de schade en dat de Staat als aansprakelijke partij bekend was. Het verweer van eiser dat de termijn pas later begon te lopen wordt verworpen, evenals zijn stelling dat de Staat hem had moeten wijzen op zijn rechten.
Ook het beroep op zijn psychische toestand faalt, mede omdat hij werd bijgestaan door een advocaat. De rechtbank wijst daarom de vordering tot schadevergoeding en buitengerechtelijke kosten af wegens verjaring. Tevens wordt eiser veroordeeld in de proceskosten van de Staat.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wegens de wachttermijn voor tbs-behandeling wordt afgewezen wegens verjaring.