ECLI:NL:RBSGR:2010:BN5932
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen invoer van ruim 2 kilogram cocaïne met blootstelling kinderen aan gevaar
Verdachte werd beschuldigd van medeplegen van de invoer van ongeveer 2.020 gram cocaïne door het in ontvangst nemen en openen van een pakketje waarvan zij wist dat het cocaïne bevatte. Het pakket was vanuit Trinidad via Engeland naar haar adres in Den Haag gestuurd. Verdachte werd samen met haar medeverdachten aangehouden na een gecontroleerde aflevering van het pakket.
De rechtbank achtte op basis van verklaringen van verdachte, haar kinderen en tapgesprekken wettig en overtuigend bewezen dat verdachte bewust en in nauwe samenwerking met anderen de cocaïne heeft ingevoerd. Verdachte speelde een actieve rol in de ontvangst en afhandeling van het pakket, ondanks haar aanvankelijke twijfel over de inhoud.
De rechtbank hield rekening met de beperkte rol van verdachte als geadresseerde en mogelijke druk van haar ex-echtgenoot, evenals haar blanco strafblad en het reclasseringsadvies. Desondanks werd de ernst van het feit en de blootstelling van haar kinderen aan gevaar zwaar meegewogen.
De strafmaat werd vastgesteld op 338 dagen gevangenisstraf, waarvan 150 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en reclasseringstoezicht. Daarnaast werd een werkstraf van 100 uur opgelegd, met een vervangende hechtenis van 50 dagen bij niet-naleving.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 338 dagen gevangenisstraf, waarvan 150 dagen voorwaardelijk, en 100 uur werkstraf wegens medeplegen invoer van ruim 2 kilogram cocaïne.