ECLI:NL:RBSGR:2010:BN7283

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
2 september 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
350534 / FA RK 09-8735
Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:241 BWArt. 1:246 BWArt. 1:253q BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek grootmoeder tot voogdij; Bureau Jeugdzorg benoemd tot voogd

De rechtbank 's-Gravenhage behandelde een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot het belasten van Bureau Jeugdzorg met de voogdij over het kind van een minderjarige moeder. De grootmoeder had eveneens verzocht tot benoeming tot voogd, primair samen met de stiefgrootvader, subsidiair alleen.

De moeder is minderjarig en daardoor op grond van artikel 1:246 BW Pro onbevoegd het gezag uit te oefenen. De biologische vader is onbekend, waardoor de rechtbank moet voorzien in de voogdij. De Raad en Bureau Jeugdzorg adviseerden de benoeming van Bureau Jeugdzorg als neutrale voogd, mede omdat de moeder onder toezicht staat en het belang van het kind en de moeder vraagt om een onafhankelijke voogd.

De rechtbank oordeelde dat de voorlopige voogdij niet was vervallen en dat de situatie onder artikel 1:253q BW valt. Gezien de omstandigheden en het advies van de Raad werd het verzoek van de grootmoeder afgewezen en werd Bureau Jeugdzorg benoemd tot voogd. Tevens werd benadrukt dat het belang van het kind en de moeder is dat zij niet van elkaar worden gescheiden en dat Bureau Jeugdzorg geen plaatsing elders zal initiëren die tot scheiding leidt.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek van de grootmoeder tot voogdij af en benoemt Bureau Jeugdzorg tot voogd over het kind.

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE
Sector familie- en jeugdrecht
Meervoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 09-8735
Zaaknummer: 350534
Datum beschikking: 2 september 2010
Voorziening in de voogdij
Beschikking op het op 21 oktober 2009 ingekomen verzoekschrift van:
[de oma moederszijde],
(hierna: de grootmoeder),
wonende te [plaats A],
advocaat: mr. R.N.A.M. Kester te Naaldwijk,
met betrekking tot de minderjarige:
[het kind], geboren op [geboortedatum] 2009 te [geboorteplaats].
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[de moeder],
de (minderjarige) moeder van [het kind],
wonende te [plaats A],
advocaat: mr. S.I. Kouwenhoven te Naaldwijk,
[de partner van de grootmoeder],
(hierna: de stiefgrootvader),
wonende te [plaats A].
Als informanten worden aangemerkt:
Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden,
vestiging Delft/Westland/Oostland, te Naaldwijk,
de voorlopig voogdes,
hierna te noemen: Bureau Jeugdzorg,
Raad voor de Kinderbescherming,
regio Haaglanden en Zuid-Holland Noord,
vestiging 's-Gravenhage,
hierna te noemen: de Raad
alsmede op het op 22 januari 2010 ter griffie ingekomen verzoek van:
de Raad voor de Kinderbescherming, vestiging Rotterdam.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
- de moeder,
- de grootmoeder,
- de stiefgrootvader,
- de Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden (de beoogd voogdes),
allen als hierboven genoemd.
Procedure
Bij beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank d.d. 10 mei 2010 is Bureau Jeugdzorg belast met de voorlopige voogdij over [het kind] van 10 tot 19 mei 2010. Voorts is de behandeling van het verzoek voor het overige aangehouden om belanghebbenden te horen omtrent het verzoek.
Bij beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank d.d. 20 mei 2010 is Bureau Jeugdzorg belast met de voorlopige voogdij over [het kind] en is de termijn als bedoeld in artikel 1:241, vijfde lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) op twaalf weken na 7 mei 2010 bepaald.
Bij beschikking d.d. 23 juni 2010 van deze rechtbank is, voor zover van belang:
- de raad voor de kinderbescherming verzocht onderzoek te verrichten en de rechtbank te rapporteren en te adviseren met betrekking tot de vragen:
1) of er bezwaren zijn tegen benoeming van de grootmoeder en de stiefgrootvader, althans de grootmoeder alleen tot voogd over [het kind],
2) wie met de voogdij dient te worden belast, en
3) of er bezwaren zijn tegen meerderjarigverklaring van de moeder;
- is iedere verdere beslissing ten aanzien van de voogdij aangehouden tot de onderhavige terechtzitting van de meervoudige kamer en is de zaak daartoe naar die kamer verwezen.
De rechtbank heeft wederom kennis genomen van de stukken, waaronder thans ook het op
22 juli 2010 ingekomen verzoek van de Raad, met als bijlage het rapport en advies van de
Raad d.d. 22 juli 2010, kenmerk SK-1-8ELMJ2.
Op 5 augustus 2010 is de behandeling van de zaak ter terechtzitting voortgezet. Op deze terechtzitting heeft er een gecombineerde behandeling plaatsgevonden van zowel het onderhavige verzoek, als het verzoek tot ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van de moeder (366100, JE RK 10-1278) en het verzoek tot meerderjarigverklaring van de moeder (368232, FA RK 10-4505).
Op het verzoek tot ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing is bij afzonderlijke beschikking d.d. 5 augustus 2010 beslist. Bij deze beschikking is de moeder van 7 augustus 2010 tot 18 mei 2011 onder toezicht gesteld. Voorts is bij deze beschikking het verzoek van de Raad om Bureau Jeugdzorg te machtigen de moeder gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen afgewezen.
Op het verzoek ten aanzien van de meerderjarigverklaring wordt bij afzonderlijke beschikking beslist.
Op de terechtzitting van 5 augustus 2010 zijn verschenen:
* de grootmoeder, bijgestaan door haar advocaat,
* de moeder, bijgestaan door haar advocaat,
* mevrouw E.K.M. Bakker en mevrouw C.J. den Hartog namens de Raad,
* mevrouw F. Geuchies namens Bureau Jeugdzorg.
Van de zijde van de grootmoeder zijn pleitnotities overgelegd.
De stiefgrootvader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
Verzoek en verweer
Thans zijn nog aan de orde de volgende verzoeken.
Het verzoek van de grootmoeder - zoals dat thans voorligt - strekt ertoe:
- primair: de grootmoeder en de stiefgrootvader te benoemen tot voogd over [het kind],
- subsidiair: de grootmoeder (alleen) te benoemen tot voogd over [het kind],
een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
Het op 22 januari 2010 ingekomen verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming, vestiging Rotterdam, strekt tot belasting van Bureau Jeugdzorg met de voogdij over [het kind], zulks met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Op basis van het rapport d.d. 22 juli 2010 heeft de Raad verzocht de grootmoeder te belasten met de voogdij over [het kind], zulks met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Ter terechtzitting heeft de Raad dit verzoek als na te melden gewijzigd.
Beoordeling
De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking d.d. 23 juni 2010 is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.
De rechtbank stelt voorop dat op grond van het bepaalde in artikel 1:241, vijfde lid, BW, Bureau Jeugdzorg thans met de voorlopige voogdij over [het kind] is belast. De rechtbank stelt vast dat er door de Raad tijdig, binnen de twaalf weken termijn, een nader verzoek tot voorziening in de voogdij is gedaan, zodat - anders dan de grootmoeder heeft betoogd - de voorlopige voogdij niet is komen te vervallen.
Er is thans sprake van een situatie als bedoeld in artikel 1:253q, derde lid, BW. De moeder is als gevolg van haar minderjarigheid op grond van artikel 1:246 BW Pro onbevoegd om het gezag over [het kind] uit te oefenen. Nu de andere ouder - de biologische vader van [het kind] - onbekend is, dient de rechtbank in de voogdij over [het kind] te voorzien.
Op grond van artikel 1:253q, vierde lid, BW, kan de beslissing aangaande de voorziening in de voogdij worden gegeven op verzoek van een ouder, een bloed- of aanverwant van de minderjarige, de Raad of ambtshalve.
De Raad heeft in vervolg op de hiervoor genoemde (mondelinge) beschikking van de rechtbank ter terechtzitting, waarbij verzoekster onder toezicht is gesteld van Bureau Jeugdzorg en het verzoek van de Raad om Bureau Jeugdzorg te machtigen verzoekster gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen is afgewezen, de rechtbank ter terechtzitting in de procedure met zaaknummer 368232zaaknummer, FA RK 10-4505 ten aanzien van het verzoek tot meerderjarigverklaring van de moeder geadviseerd om dat verzoek toe te wijzen. Bureau Jeugdzorg heeft zich ter terechtzitting aangesloten bij dit advies. Bureau Jeugdzorg heeft voorts bepleit om, voor zover het verzoek van de moeder tot meerderjarigverklaring wordt afgewezen, Bureau Jeugdzorg tot voogd over [het kind] te benoemen. Zij is hiertoe, zoals blijkt uit de eerder in het geding gebrachte schriftelijke bereidverklaring, bereid. Volgens de Raad is met de afwijzing door de rechtbank van het verzoek tot machtiging van Bureau Jeugdzorg om de moeder uit huis te plaatsen een nieuwe situatie ontstaan die afwijkt van het raadsrapport d.d. 22 juli 2010 op basis waarvan verzocht is de grootmoeder met de voogdij te belasten. Nu de moeder en [het kind] weer bij de grootmoeder en de stiefgrootvader zullen gaan wonen, acht de Raad het niet in het belang van de moeder en [het kind] om de grootmoeder met de voogdij over [het kind] te belasten, nu er in die situatie een reële vrees bestaat dat de moeder onvoldoende ruimte zal krijgen om haar eigen identiteit verder te ontwikkelen en haar moederrol te vervullen.
De rechtbank overweegt dat zij bij beschikking van heden het verzoek tot meerderjarigverklaring van de moeder heeft afgewezen. Hiervan uitgaande, alsmede nu de moeder onder toezicht is gesteld van Bureau Jeugdzorg, acht de rechtbank het in het belang van de minderjarige dat een neutrale instantie met de voogdij over [het kind] wordt belast.
Nu Bureau Jeugdzorg zich schriftelijk bereid heeft verklaard de voogdij over [het kind] te aanvaarden, en mevrouw Geuchies deze bereidheid namens Bureau Jeugdzorg ter terechtzitting nogmaals heeft bevestigd, zal de rechtbank Bureau Jeugdzorg tot voogdes benoemen over [het kind].
Het vorenstaande impliceert dat alle overige voorliggende verzoeken zullen worden afgewezen.
Ten overvloede overweegt de rechtbank dat blijkens de stukken van het geding en het verhandelde ter terechtzitting alle betrokkenen het van groot belang achten dat de moeder en [het kind] niet van elkaar worden gescheiden. Namens de Raad en Bureau Jeugdzorg is dit belang ook nog eens ter terechtzitting benadrukt. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat de moeder en [het kind] bij elkaar zullen blijven en Bureau Jeugdzorg in haar hoedanigheid als (toekomstig) voogdes niet zal overgaan tot een plaatsing elders van [het kind] indien en voor zover dit een scheiding van de moeder en [het kind] tot gevolg zou hebben.
Beslissing
De rechtbank:
benoemt tot voogdes over de minderjarige [het kind], geboren op [geboortedatum] 2009 te [geboorteplaats]:
Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden, vestiging Delft/Westland/Oostland te Naaldwijk;
verklaart deze beschikking in zoverre uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mrs. M.C. Ritsema van Eck-van Drempt, J.A. van Steen, W.M.A. der Weduwe- de Groot, kinderrechters, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 september 2010, in tegenwoordigheid van mr. E. Noorlander als griffier.