ECLI:NL:RBSGR:2010:BN7667
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fictieve opzegdatum WW-uitkering bij faillissement en doorstart
Eiser was werkzaam bij Architas B.V., dat op 28 april 2009 failliet werd verklaard. De curator zegde de arbeidsovereenkomst op 11 mei 2009 op. Verweerder stelde de fictieve opzegdatum echter vast op de datum van faillissement, 28 april 2009, omdat van een curator mag worden verwacht dat hij een beroep op hoofdstuk IV van de WW zoveel mogelijk beperkt door tijdig op te zeggen.
Eiser voerde aan dat het onderzoek naar een mogelijke doorstart de latere opzegging rechtvaardigde en dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom dit geen reden zou zijn om de opzegging uit te stellen. Ook stelde eiser dat de periode van onderzoek niet onredelijk lang was en dat verweerder actiever onderzoek had kunnen doen naar de beweegredenen van de curator.
De rechtbank oordeelde dat een mogelijke doorstart geen reden is om de opzegging uit te stellen, omdat ontslag ook bij een doorstart wenselijk of noodzakelijk is om aansprakelijkheid voor loonverplichtingen te voorkomen. De rechtbank achtte het beleid van verweerder, dat opzegging binnen een week na faillissement moet plaatsvinden, niet onredelijk en vond dat verweerder voldoende onderzoek had gedaan naar de redenen van de curator.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de fictieve opzegdatum vastgesteld op de datum van faillissement, 28 april 2009, met een opzegtermijn tot 31 mei 2009.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de vaststelling van de fictieve opzegdatum en opzegtermijn werd ongegrond verklaard.