ECLI:NL:RBSGR:2010:BN7988
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebeschikking en handhaving naheffingsaanslag fosfaatheffing na niet-naleving administratieplicht
Belanghebbende ontving in 2001 drie vrachten mest van een intermediaire onderneming en deed een verfijnde aangifte fosfaatheffing. De inspecteur legde een naheffingsaanslag en een vergrijpboete op wegens het niet verantwoorden van de ontvangen mest in de administratie. Belanghebbende stelde dat de mest was doorgeleverd aan andere bedrijven en dat hij niet als afnemer moest worden aangemerkt.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende als afnemer moest worden beschouwd omdat hij de mest daadwerkelijk had ontvangen en de afleveringsbewijzen had ondertekend. De stelling dat de mest was doorgeleverd werd verworpen omdat de vereiste afleveringsbewijzen ontbraken en de correctiebrieven onvoldoende waren. De naheffingsaanslag werd daarom terecht opgelegd.
De rechtbank matigde de boete met 30% wegens overschrijding van de redelijke termijn en vernietigde de boetebeschikking voor zover deze betrekking had op de oorspronkelijke boete. De inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Belanghebbende kon geen aantoonbaar bewijs leveren dat de mest was afgevoerd, waardoor de naheffingsaanslag bleef bestaan.
Uitkomst: De boetebeschikking wordt vernietigd en verminderd, de naheffingsaanslag fosfaatheffing wordt gehandhaafd.