ECLI:NL:RBSGR:2010:BN8067
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevordering wegens verjaring na onrechtmatige opsporingsmethoden
Eiser startte eind 1993 een strafrechtelijk onderzoek wegens aanranding en verkrachting, waarbij hij uiteindelijk werd veroordeeld. Na diverse procedures, waaronder cassatie en klachten bij het EHRM, stelde eiser dat de Staat onrechtmatig had gehandeld door onrechtmatige opsporingsmethoden, waaronder het tappen van gesprekken, en vorderde hoge schadevergoedingen.
Eiser stelde dat de verjaringstermijn pas begon na de uitspraak van het EHRM in 2003, maar de voorzieningenrechter volgde de Hoge Raad die oordeelde dat de verjaringstermijn begint zodra eiser voldoende bekend is met de schade en de aansprakelijke persoon, wat hier vóór 2002 het geval was.
De voorzieningenrechter beoordeelde ook de stuitingshandelingen die eiser aanvoerde, maar concludeerde dat brieven uit 2004 en 2005 niet aan de juiste partij waren gericht en niet voldeden aan de wettelijke eisen. Ook de brief van 2007 was onvoldoende specifiek om verjaring te stuiten.
Daarom werden de vorderingen van eiser afgewezen wegens verjaring. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten. De overige stellingen werden niet inhoudelijk behandeld.
Uitkomst: De vorderingen van eiser worden afgewezen wegens verjaring van zijn schadevergoedingsvorderingen.