ECLI:NL:RBSGR:2010:BN8708
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde asielaanvraag Irak wegens ontbreken nieuwe feiten of verslechtering veiligheidssituatie
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde het beroep van een Iraakse asielzoeker tegen de afwijzing van zijn tweede asielaanvraag. De asielzoeker stelde dat hij nog steeds gevaar liep vanwege dreigbrieven van Al Qaida en een huiszoeking bij zijn ouders. Hij voerde ook aan dat de veiligheidssituatie in Irak, met name in Bagdad, verslechterd was sinds zijn eerdere aanvraag.
De rechtbank oordeelde dat de aangevoerde documenten en verklaringen geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden vormden die afdoen aan het eerdere afwijzingsbesluit. De dreigbrief was slechts als scan overgelegd, en andere documenten kwamen niet uit objectieve, verifieerbare bronnen. De algemene veiligheidssituatie in Irak was ernstig, maar niet zodanig verslechterd dat dit een ander oordeel rechtvaardigde, mede gelet op het relevante arrest van het EHRM in de zaak F.H. tegen Zweden.
De rechtbank concludeerde dat de asielzoeker geen geloofwaardige nieuwe individuele feiten had aangevoerd en dat de algemene situatie voor risicoberoepen niet significant was verslechterd. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de herhaalde asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit gehandhaafd.