ECLI:NL:RBSGR:2010:BN9184
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Steenhuis
- Brand
- Meijers
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens verontschuldigbare dwaling bij jagen in ongeschikt jachtveld
De verdachte werd beschuldigd van het jagen met een geweer in een jachtveld dat niet voldeed aan de minimale oppervlakte-eisen van artikel 49 van Pro de Flora- en faunawet, namelijk een aaneengesloten oppervlakte van ten minste 40 hectare. Het jachtveld had circa 35 hectare.
De rechtbank stelde vast dat verdachte voorafgaand aan het jagen de benodigde documenten, waaronder kadastrale kaarten en huurcontracten, had overgelegd aan een brigadier van de afdeling Bijzondere Wetten van de politie, die bevestigde dat het jachtveld aan alle wettelijke vereisten voldeed. Verdachte vertrouwde in redelijkheid op deze informatie.
Hoewel verdachte op de hoogte was van de wettelijke eis van minimaal 40 hectare, was hem niet bekend dat het jachtveld niet aan deze eis voldeed. De rechtbank oordeelde dat verdachte in een verontschuldigbare dwaling handelde, waardoor afwezigheid van alle schuld aanwezig was. Daarom werd verdachte niet strafbaar verklaard en ontslagen van alle rechtsvervolging.
De uitspraak werd gedaan door de rechtbank 's-Gravenhage op 21 september 2010, waarbij de rechters Steenhuis (voorzitter), Brand en Meijers het vonnis wezen.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens verontschuldigbare dwaling bij jagen in een ongeschikt jachtveld.