ECLI:NL:RBSGR:2010:BN9400

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
27 september 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 10/6070 WOB
Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:1 AwbArt. 1:3 AwbArt. 8:1 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd in beroep tegen niet tijdig beslissen op bezwaar tegen VNG

Eiser verzocht de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) om documenten te verstrekken op grond van het beleidsplan informatieuitvraag SZW2006. De VNG gaf aan haar dienstverlening uitsluitend aan leden te richten, waarna eiser bezwaar maakte tegen dit besluit. De rechtbank te Arnhem oordeelde dat de VNG geen bestuursorgaan is in de zin van artikel 1:1 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waardoor de primaire besluiten niet als bestuursbesluiten kwalificeren.

De rechtbank 's-Gravenhage volgt deze lijn en concludeert dat zij niet bevoegd is om kennis te nemen van het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar van eiser. Dit betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk kan behandelen. Tevens is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak is gedaan op 27 september 2010 door de enkelvoudige kamer bestuursrecht van de rechtbank 's-Gravenhage. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken verzet worden ingesteld.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar tegen de VNG.

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE
Sector bestuursrecht
Afdeling 3, enkelvoudige kamer
Reg.nr.: AWB 10/6070 WOB
UITSPRAAK ingevolge artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
in het geding tussen
[eiser], wonende te [plaats],
en
de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, verweerster.
I PROCESVERLOOP
1.1 Bij e-mailbericht van 18 augustus 2010 heeft eiser - voor zover hier van belang - verweerster verzocht om hem, gelet op paragraaf 5.3 van het Beleidsplan informatieuitvraag SZW2006, de 'nadere onderbouwing en uitwisseling van de (principiële) opvattingen die alle partijen ten aanzien van de noodzaak van de fraude- en debiteurenstatistiek huldigen', zoals besproken tijdens het bestuurlijk overleg tussen verweerster en SZW op 12 mei 2004, in PDF te verstrekken.
Voorts heeft eiser verweerster verzocht een gedane briefwisseling tussen verweerster en SZW, waarin zij "agreed to disagree", in PDF te verstrekken.
1.2 Bij e-mailbericht van 18 augustus 2010 heeft verweerster eiser medegedeeld dat zij haar dienstverlening uitsluitend op haar leden richt.
1.3 Bij e-mailbericht van 18 augustus 2010 heeft eiser bij verweerster bezwaar gemaakt tegen het e-mailbericht van 18 augustus 2010 van verweerster.
Bij brief van 18 augustus 2010 heeft eiser de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen (AWB 10/5890 WOB). Bij brief van 25 augustus 2010 heeft eiser het verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken.
1.4 In voornoemde brief van 25 augustus 2010 heeft eiser tevens beroep ingesteld tegen het gestelde niet tijdig beslissen op zijn bezwaar van 18 augustus 2010 (AWB 10/6070 WOB).
II OVERWEGINGEN
1In de uitspraak van 26 augustus 2010 heeft de rechtbank te Arnhem geoordeeld dat de VNG geen bestuursorgaan is in de zin van artikel 1:1, eerste lid, van de Awb. Hieruit volgt dat het primaire besluit en de bestreden beslissing geen besluiten zijn in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 8:1, eerste lid, van de Awb dan ook niet bevoegd om van het beroep kennis te nemen. (LJN: BN5180).
De rechtbank ziet geen aanleiding om voornoemde uitspraak van 26 augustus 2010 van de rechtbank te Arnhem hier niet te volgen.
2 Hieruit volgt dat de rechtbank, in het licht van voornoemde uitspraak, evenmin bevoegd is om kennis te nemen van het onderhavige beroep tegen het gestelde niet tijdig beslissen op het bezwaar van eiser van 18 augustus 2010.
3 Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
III BESLISSING
De rechtbank 's-Gravenhage,
RECHT DOENDE:
verklaart zich onbevoegd om van het beroep tegen het gestelde niet tijdig beslissen op het bezwaar van eiser van 18 augustus 2010 kennis te nemen.
Aldus vastgesteld door mr. M.M.F. Holtrop en in het openbaar uitgesproken op
27 september 2010, in tegenwoordigheid van de griffier A.J. Faasse-van Rossum.
RECHTSMIDDEL
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij aan de rechtbank verzoeken omtrent het verzet te worden gehoord.