ECLI:NL:RBSGR:2010:BN9575
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheidsincident inzake overeenkomst van geldlening met Engelse gedaagde
In deze zaak vordert eiser betaling van een geldlening van €24.750,- die hij aan gedaagde heeft verstrekt. Gedaagde betwist dat sprake is van een geldlening en stelt dat het een overeenkomst tot opdracht betreft voor softwareontwikkeling. De rechtbank beoordeelt in het bevoegdheidsincident of zij bevoegd is om de zaak te behandelen.
De rechtbank gaat uit van de stelling van eiser dat er een geldlening is en past artikel 5 lid 1 sub a van Pro de EEX-Verordening toe. Daarbij wordt eerst vastgesteld welk recht van toepassing is volgens het EVO. Omdat de kenmerkende prestatie bij een geldlening wordt geleverd door de uitlener die in Nederland woont, is Nederlands recht van toepassing. Volgens Nederlands recht moet de terugbetaling plaatsvinden aan de woonplaats van de schuldeiser, hier Nederland.
Hieruit volgt dat de Nederlandse rechter bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. De betwisting van gedaagde over het bestaan van de geldlening komt aan de orde in de hoofdzaak. De rechtbank wijst het incident tot onbevoegdheid af en veroordeelt gedaagde in de proceskosten van het incident.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich bevoegd en wijst het incident tot onbevoegdheid af.