ECLI:NL:RBSGR:2010:BN9639
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- B.C. Punt
- D.H. baron von Maltzahn
- W.G. de Boer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling Nederlandse nationaliteit na verlies door verblijf vader in Suriname
Verzoeker, geboren in Suriname in 1960, vroeg de rechtbank vast te stellen dat hij de Nederlandse nationaliteit bezit. Hij was als kind met zijn ouders naar Nederland verhuisd en later met zijn moeder teruggekeerd naar Suriname. De IND stelde dat verzoeker de Nederlandse nationaliteit had verloren omdat hij als minderjarige de nationaliteit van zijn vader volgde, die na meer dan twee jaar verblijf in Suriname de Surinaamse nationaliteit verkreeg.
De rechtbank onderzocht de feiten en stelde vast dat verzoekers vader sinds januari 1976 in Suriname woonde en op 23 januari 1978 de Surinaamse nationaliteit verkreeg. Verzoeker verbleef op dat moment ook in Suriname met zijn moeder. Op grond van artikel 6 lid 1 van Pro de Toescheidingsovereenkomst inzake nationaliteiten (TOS) volgde verzoeker de nationaliteit van zijn vader en verloor daarmee de Nederlandse nationaliteit.
De rechtbank vond het niet relevant of de moeder van verzoeker op enig moment had geopteerd voor de Surinaamse nationaliteit, omdat verzoeker de nationaliteit van zijn vader volgde. Daarom wees de rechtbank het verzoek af en bevestigde dat verzoeker sinds 23 januari 1978 niet meer de Nederlandse nationaliteit bezit.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van het bezit van de Nederlandse nationaliteit wordt afgewezen omdat verzoeker deze verloren heeft door het volgen van de nationaliteit van zijn vader.