ECLI:NL:RBSGR:2010:BO0123
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- P.A. Koppen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot opheffing signalering auto in beslag genomen door OM
Eiser stelt mede-eigenaar te zijn van een BMW die door het Openbaar Ministerie (OM) is gesignaleerd als gestolen goed in het kader van een strafrechtelijk financieel onderzoek tegen [Y.]. De auto stond oorspronkelijk geregistreerd op naam van de (ex-)partner van [Y.], maar is kort na diens aanhouding overgeschreven op naam van eiser. Eiser en zijn zoon verklaren de auto te hebben gekocht van de (ex-)partner van [Y.] voor € 70.000,-, maar hun verklaringen vertonen tegenstrijdigheden en worden niet bevestigd door observaties en tapgesprekken.
Het OM stelt dat de auto toebehoort aan [Y.] of diens (ex-)partner, met wie hij een economische eenheid vormt, en dat de overdracht aan eiser een schijnconstructie is. De rechtbank Haarlem heeft in een ontnemingsvordering een bedrag van € 23.677,- toegewezen aan de Staat, hoewel het OM een hoger bedrag had gevorderd. Eiser vordert in kort geding de opheffing van de signalering van de auto, stellende dat deze disproportioneel is en dat hij mede-eigenaar is.
De voorzieningenrechter oordeelt dat niet buiten redelijke twijfel is vastgesteld dat eiser mede-eigenaar is van de auto, mede vanwege de tegenstrijdigheden in zijn stellingen en het ontbreken van bewijs van een geldige titel. Daarnaast is de signalering niet onrechtmatig, ook niet gezien de ontnemingsvordering en jurisprudentie die beslag op goederen met een hogere waarde toestaat. De vordering wordt daarom afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot opheffing van de signalering van de auto wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.