ECLI:NL:RBSGR:2010:BO0436
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering vergoeding discusprothesebehandeling wegens niet gebruikelijke zorg volgens Zorgverzekeringswet
Eiser heeft een ziektekostenverzekering bij Zilveren Kruis Achmea (ZKA) en onderging een behandeling met implantatie van twee lumbale discusprothesen in België. Hij vordert vergoeding van de kosten, maar ZKA weigert dit op grond van het gebruikelijkheidscriterium uit de Zorgverzekeringswet (Zvw), omdat de behandeling volgens het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) niet voldoet aan de stand van wetenschap en praktijk.
De rechtbank onderzoekt of het gebruikelijkheidscriterium verenigbaar is met het Europese recht, met name artikel 49 EG Pro-Verdrag over het vrije verkeer van diensten. De rechtbank oordeelt dat het criterium toelaatbaar is en geen ongeoorloofde beperking vormt, mede omdat de polisvoorwaarden ook buitenlandse zorgaanbieders omvatten indien aan het criterium wordt voldaan.
De rechtbank beoordeelt vervolgens of de behandeling als gebruikelijke zorg kan worden aangemerkt. Op basis van adviezen en rapporten van het CVZ, die evidence based medicine toepassen en rekening houden met internationale wetenschappelijke literatuur en praktijk, concludeert de rechtbank dat onvoldoende consensus bestaat over de effectiviteit en veiligheid van de discusprothese op lange termijn. Hierdoor voldoet de behandeling niet aan het gebruikelijkheidscriterium.
Eiser kan ook niet slagen in zijn betoog dat ZKA haar zorgplicht schond door niet te wijzen op alternatieven of second opinions. Evenmin slaagt zijn stelling dat het vergoedingsbeleid willekeurig is, omdat hij geen concrete voorbeelden aandraagt. De rechtbank wijst de vordering af en veroordeelt eiser in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van de discusprothesebehandeling af omdat deze niet voldoet aan het gebruikelijkheidscriterium.