ECLI:NL:RBSGR:2010:BO0458
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde landgoed na toepassing bestemmingswaarde volgens Natuurschoonwet
Eiser betwistte de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van een vrijstaand landgoedobject, gelegen binnen een groter landgoed dat onder de Natuurschoonwet (NSW) valt. Verweerder had de waarde vastgesteld op €1.155.000 en de aanslag onroerendezaakbelasting daarop gebaseerd.
De rechtbank onderzocht of het object als zelfstandig landgoed kon worden aangemerkt en concludeerde dat het samen met een ander complex één landgoed vormt volgens artikel 8 van Pro het Rangschikkingsbesluit NSW. Hierdoor dient de waardering plaats te vinden op basis van de bestemmingswaarde zoals bedoeld in artikel 17, lid 5, van de Wet WOZ, waarbij alleen de gebouwde eigendommen en de ondergrond daarvan worden meegenomen, niet de tuin.
Verweerder stelde dat de bestemmingswaarde 70% van de oorspronkelijke waarde bedroeg, maar kon dit niet aannemelijk maken. Eiser kon zijn lagere waarde van €400.000 ook niet onderbouwen. De rechtbank bepaalde daarom de waarde op €595.400, gebaseerd op een berekening van de waarde van de opstallen en de ondergrond, met toepassing van de 70%-factor.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar, wijzigde de beschikking en de aanslag en bepaalde dat verweerder het betaalde griffierecht aan eiser vergoedt. De uitspraak is openbaar en bevat tevens een toelichting op de samenstelling van het landgoed uit verschillende complexen en de toepasselijke wet- en regelgeving.
Uitkomst: De WOZ-waarde van het landgoedobject wordt verlaagd naar €595.400 en de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig verminderd.