ECLI:NL:RBSGR:2010:BO0947
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige voortduring vrijheidsontnemende maatregel na lp-weigering en toekenning schadevergoeding
Eiser werd op 18 december 2009 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Op 22 juli 2010 weigerden de Marokkaanse autoriteiten een laissez passer (lp) voor eiser, waarna verweerder pas op 11 augustus 2010 een vertrekgesprek voerde, wat de wettelijke termijn van veertien dagen overschreed. Verweerder voerde aanvullend dacty-onderzoek uit in voormalig Joegoslavië, maar dit was al op 23 december 2009 ingezet en leverde geen nieuwe inzichten op.
De rechtbank stelde vast dat verweerder tussen 22 juli en 11 augustus 2010 geen relevante uitzettingshandelingen verrichtte en onvoldoende voortvarend handelde. Hierdoor was de voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel vanaf 22 juli 2010 niet rechtmatig. Eiser vorderde daarom opheffing van de maatregel en schadevergoeding.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, oordeelde dat de maatregel onrechtmatig werd voortgezet en kende aan eiser een schadevergoeding toe van €2.240,--, gebaseerd op €80 per dag gedurende 28 dagen. Tevens werden proceskosten van €874,-- aan eiser toegekend. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en kent schadevergoeding toe wegens onrechtmatige voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel.