ECLI:NL:RBSGR:2010:BO1093
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.J. Verbeek
- J.A. van Steen
- W.M.A. der Weduwe-de Groot
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen besluit Centrale Autoriteit inzake internationale kinderontvoering ongegrond verklaard
De moeder heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Centrale Autoriteit om haar verzoek tot teruggeleiding van haar minderjarige kinderen uit Egypte niet in behandeling te nemen. De Centrale Autoriteit oordeelde dat er geen sprake was van internationale kinderontvoering omdat de kinderen met toestemming van de moeder naar Egypte waren overgebracht en daar hun gewone verblijfplaats hadden gekregen.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de kinderen feitelijk in Egypte verblijven bij de vader, die samen met de moeder het gezag over één kind heeft en de moeder het eenhoofdig gezag heeft over de andere twee. De moeder keerde in januari 2010 zonder de kinderen terug naar Nederland vanwege bedreigingen en de moeilijke leefsituatie in Egypte. De moeder stelt dat de vader de kinderen onrechtmatig vasthoudt in strijd met het Nederlandse gezagsrecht.
De rechtbank overweegt dat de jurisdictie voor gezagskwesties ligt bij het land van de gewone verblijfplaats van de kinderen, hier Egypte. De moeder dient daar een procedure te starten. De rechtbank bevestigt dat de moeder zonder toestemming van de vader de twee kinderen waar zij eenhoofdig gezag over heeft, naar Nederland mag terughalen, maar dat het niet afgeven van de kinderen door de vader onrechtmatig is volgens Nederlands recht.
Ten aanzien van het derde kind heeft de moeder aannemelijk gemaakt dat de vader zijn gezagsrechten nauwelijks heeft uitgeoefend. De rechtbank concludeert dat de Centrale Autoriteit terecht heeft geoordeeld dat er geen sprake is van ongeoorloofde overbrenging of vasthouding in de zin van het Haagse Verdrag, en verklaart het bezwaar ongegrond.
Uitkomst: Het bezwaar van de moeder tegen het besluit van de Centrale Autoriteit wordt ongegrond verklaard omdat de gewone verblijfplaats van de kinderen is gewijzigd naar Egypte en er geen sprake is van ongeoorloofde overbrenging of vasthouding volgens het Haagse Verdrag.