ECLI:NL:RBSGR:2010:BO1397
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onmiddellijke opheffing van onrechtmatige bewaring wegens uitzichtloze uitzetting naar Somalië
Eiser is op 28 september 2010 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen deze vrijheidsontnemende maatregel omdat er geen zicht is op uitzetting binnen redelijke termijn naar zijn land van herkomst, Somalië.
De rechtbank overwoog dat de situatie in Zuid- en Centraal-Somalië, met name Mogadishu, uitzonderlijk is vanwege ernstig en intens geweld, waardoor feitelijke uitzetting momenteel niet mogelijk is. Dit volgt uit een eerdere uitspraak van 27 september 2010. Verweerder stelde dat uitzetting naar Noord-Somalië mogelijk is, maar ook hiervoor is geen zicht op uitzetting binnen redelijke termijn.
De rechtbank oordeelde dat de bewaring daarom vanaf het begin in strijd met de wet is en verklaarde het beroep gegrond. De bewaring moet onmiddellijk worden opgeheven. Tevens werd eiser een schadevergoeding toegekend voor de onrechtmatige vrijheidsontneming en werden de proceskosten aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de bewaring wordt onmiddellijk opgeheven wegens het ontbreken van uitzicht op uitzetting binnen redelijke termijn.