ECLI:NL:RBSGR:2010:BO1462
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Geldige inschrijving tussenkomende partij bij aanbesteding ontmanteling slibdepot
Rijkswaterstaat schreef een openbare Europese aanbestedingsprocedure uit voor de ontmanteling van het slibdepot Hartelmond B2 in Rotterdam, waarbij het criterium de economisch meest voordelige aanbieding was. Zowel GMB als BAM dienden een inschrijving in. GMB betwistte de geldigheid van de inschrijving van BAM vanwege het grote prijsverschil en vermoedde dat BAM niet voldeed aan het LAP2-vereiste, met name dat storten van zuiveringsslib niet toegestaan is.
GMB vorderde dat Rijkswaterstaat de inschrijving van BAM zou uitsluiten en dat zij inzage zou krijgen in vertrouwelijke documenten om het gunningsvoornemen te controleren. BAM verzocht om afwijzing van deze vorderingen en bevestiging van het gunningsvoornemen.
De rechtbank oordeelde dat BAM een geldige inschrijving heeft gedaan met een verwerkingsmethode die binnen het LAP2 valt, namelijk nuttige toepassing door materiaalhergebruik. Het prijsverschil kon worden verklaard door een goedkopere verwerkingsmethode en prijsafspraken. Rijkswaterstaat hoefde geen vertrouwelijke informatie te verstrekken aan GMB. De vorderingen van GMB werden afgewezen, evenals die van BAM. GMB werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van GMB worden afgewezen en BAM heeft geldig ingeschreven voor de aanbesteding.