ECLI:NL:RBSGR:2010:BO1546
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C. van Linschoten
- Rechtspraak.nl
Weigering vrijstelling mvv-vereiste schendt recht op gezinsleven niet
Eiser, een Turkse nationaliteit bezittende vreemdeling, verzocht om een verblijfsvergunning voor verblijf bij zijn echtgenote in Nederland. Verweerder weigerde de aanvraag vanwege het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en het niet behoren tot vrijgestelde categorieën. Eiser voerde aan dat de terugkeer naar Turkije om de dienstplicht te vervullen en het mvv aan te vragen een schending van zijn recht op gezinsleven met zijn echtgenote en kinderen oplevert.
De rechtbank overwoog dat de relatie en het huwelijk met de echtgenote en de geboorte van hun zoon en eisers zoon plaatsvonden in een periode waarin eiser geen verblijfsrecht had. De rechtbank achtte het redelijk dat verweerder de gevolgen van eisers keuze om in Nederland te verblijven voor zijn rekening laat komen. De dienstplicht in Turkije, waarbij gescheiden worden van het gezin, valt onder de toegestane inbreuken op artikel 8 EVRM Pro.
Verder was niet gebleken dat het onmogelijk is voor de echtgenote en kinderen om het gezinsleven tijdelijk in Turkije voort te zetten. De stelling dat de zoon met een visuele handicap in Turkije geen passend onderwijs kan volgen, was onvoldoende onderbouwd. Ook kon van de echtgenote niet worden verlangd langdurig in Turkije te verblijven, maar dit leidde niet tot een onbillijkheid van overwegende aard.
De rechtbank concludeerde dat de weigering om eiser vrij te stellen van het mvv-vereiste geen schending van artikel 8 EVRM Pro inhoudt en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van vrijstelling van het mvv-vereiste wordt ongegrond verklaard.