ECLI:NL:RBSGR:2010:BO1707
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren vreemdelingenbewaring en zicht op uitzetting naar Sierra Leone
Eiser is op 18 mei 2010 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft op 3 juni 2010 reeds geoordeeld dat deze maatregel niet onrechtmatig was. Eiser heeft vervolgens beroep ingesteld tegen het voortduren van de bewaring en verzocht om schadevergoeding.
Tijdens de zitting van 2 september 2010 is vastgesteld dat eiser en zijn gemachtigde niet zijn verschenen, terwijl verweerder zich wel liet vertegenwoordigen. De rechtbank heeft onderzocht of er sinds het eerdere oordeel feiten of omstandigheden zijn die het voortduren van de bewaring onrechtmatig maken, met bijzondere aandacht voor het zicht op uitzetting.
De rechtbank constateert dat verweerder op 28 mei 2010 een aanvraag voor een laissez-passer (lp) bij de Sierra Leoonse autoriteiten heeft ingediend en regelmatig rappels heeft gestuurd. Hoewel eiser nog niet is gepresenteerd bij deze autoriteiten en er geen nationaliteitsverklaring is verstrekt, betekent dit niet dat het zicht op uitzetting ontbreekt. Eiser weigert mee te werken aan zijn uitzetting, wat blijkt uit het vertrekgesprek van 24 augustus 2010.
De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende voortvarendheid betracht en dat het beroep ongegrond is. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.