ECLI:NL:RBSGR:2010:BO1733
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige ondanks onvoldoende onderzoek thuisplaatsing
De rechtbank 's-Gravenhage heeft op 3 augustus 2010 een tussenbeschikking gegeven in een zaak betreffende de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige. De minderjarige verblijft feitelijk in een pleeggezin en de William Schrikker Jeugdbescherming (WSJ) stelt dat thuisplaatsing geen optie meer is vanwege twijfels over de opvoedcapaciteiten van de moeder, onder meer door haar schulden, taalbarrière en het late verlaten van de vader.
De moeder betwist deze stellingen en wijst op het gebrek aan voldoende contacturen en begeleiding door de WSJ, evenals op het feit dat de WSJ onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar haar pedagogische vaardigheden. Ook de vader en het opvanghuis steunen het standpunt van de moeder dat de WSJ onvoldoende heeft gedaan om thuisplaatsing te onderzoeken.
De kinderrechter oordeelt dat de gronden voor uithuisplaatsing nog aanwezig zijn, maar dat de WSJ onvoldoende heeft gedaan om thuisplaatsing te onderzoeken en bevorderen. De machtiging tot uithuisplaatsing wordt verlengd voor een kortere duur dan verzocht. Tevens wordt bepaald dat de moeder meer contact met de minderjarige mag hebben onder begeleiding, en wordt de behandeling aangehouden tot een zitting van de meervoudige kamer. Bureau Jeugdzorg wordt uitgenodigd voor de volgende zitting vanwege twijfels over de objectiviteit van de WSJ.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing wordt verlengd, maar de behandeling wordt aangehouden voor nader onderzoek naar thuisplaatsing en meer contact tussen moeder en minderjarige wordt toegestaan.