ECLI:NL:RBSGR:2010:BO1768
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.H.J.G. Brekelmans
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige voortzetting vreemdelingenbewaring wegens overschrijding termijn vooronderzoek
Eiser werd op 18 maart 2010 in vreemdelingenbewaring gesteld. Na een eerdere ongegrondverklaring van zijn beroep tegen voortzetting van de bewaring, stelde eiser op 28 september 2010 opnieuw beroep in tegen het voortduren van zijn vrijheidsontneming. Dit beroepschrift werd echter pas op 12 oktober 2010 door de rechtbank ontvangen, waardoor het vooronderzoek niet binnen de wettelijke termijn van een week werd gesloten, maar pas na 14 dagen.
De rechtbank oordeelt dat deze overschrijding van de termijn in strijd is met artikel 5, vierde lid, EVRM, dat een spoedige beoordeling van de rechtmatigheid van detentie vereist. De rechtbank stelt vast dat de overschrijding niet aan eiser kan worden toegerekend en dat er geen spoedige beoordeling heeft plaatsgevonden.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep gegrond, beveelt de opheffing van de maatregel van vrijheidsontneming en kent eiser een schadevergoeding toe van € 1.360,- voor de 17 dagen onrechtmatige bewaring na 28 september 2010. Tevens worden de proceskosten van € 874,- vergoed aan eiser. De uitspraak werd gedaan op 15 oktober 2010 door rechter F.H.J.G. Brekelmans.
Uitkomst: De rechtbank beval opheffing van de vreemdelingenbewaring wegens overschrijding van de wettelijke termijn en kende een schadevergoeding van € 1.360,- toe.