ECLI:NL:RBSGR:2010:BO1901
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting wegens nietigverklaring visum
Verzoeker werd op 12 oktober 2010 de toegang tot Nederland geweigerd en op 13 oktober 2010 werd zijn visum nietig verklaard door de Minister van Buitenlandse Zaken. Verzoeker maakte bezwaar tegen de toegangsweigering en de voorgenomen uitzetting en diende een verzoek om voorlopige voorziening in om zijn uitzetting te voorkomen.
De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek op grond van onverwijlde spoed en besloot zonder zitting uitspraak te doen. De kern van het geschil was of de nietigverklaring van het visum rechtmatig was, aangezien dit bepalend is voor het rechtmatig verblijf van verzoeker en daarmee voor de rechtmatigheid van zijn uitzetting.
Uit het proces-verbaal bleek dat verzoeker als reisdoel toerisme had opgegeven en zou verblijven bij een garantsteller, maar er was twijfel over de juistheid van deze verklaringen. De garantsteller ontkende verzoeker te kennen en de verklaringen van betrokkenen waren tegenstrijdig. Hierdoor was niet voldaan aan de toegangsvoorwaarde dat het doel en de omstandigheden van het verblijf gestaafd moeten kunnen worden.
De voorzieningenrechter oordeelde daarom dat de Minister van Buitenlandse Zaken het visum terecht nietig had verklaard en dat verzoeker geen rechtmatig verblijf had. Het verzoek om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen werd afgewezen. Er waren geen bijzondere omstandigheden die uitzetting in redelijkheid zouden kunnen verhinderen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen uitzetting wordt afgewezen omdat het visum rechtmatig is nietig verklaard.