ECLI:NL:RBSGR:2010:BO1954
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake medische behandeling verblijfsvergunning
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel medische behandeling. Dit verzoek werd door de Minister van Justitie (thans Minister van Integratie en Asiel) op 4 december 2009 afgewezen. Verzoekster maakte hiertegen bezwaar en vroeg tegelijkertijd om een voorlopige voorziening. Na afwijzing van het bezwaar stelde verzoekster beroep in bij de rechtbank.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om een voorlopige voorziening gelijkgesteld wordt met een verzoek dat wordt gedaan tijdens het beroep bij de rechtbank. Vervolgens verklaarde de rechtbank het beroep van verzoekster niet-ontvankelijk, waardoor er geen hoofdzaak meer was die samenhing met het verzoek om voorlopige voorziening.
Daarom was het niet langer mogelijk om een voorlopige voorziening te treffen op grond van artikel 8:81 van Pro de Awb. De voorzieningenrechter wees het verzoek dan ook af, met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Awb, zonder zitting en zonder verdere behandeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het hoofdberoep niet-ontvankelijk is verklaard.