ECLI:NL:RBSGR:2010:BO1954

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
26 oktober 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/45408
Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake medische behandeling verblijfsvergunning

Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel medische behandeling. Dit verzoek werd door de Minister van Justitie (thans Minister van Integratie en Asiel) op 4 december 2009 afgewezen. Verzoekster maakte hiertegen bezwaar en vroeg tegelijkertijd om een voorlopige voorziening. Na afwijzing van het bezwaar stelde verzoekster beroep in bij de rechtbank.

De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om een voorlopige voorziening gelijkgesteld wordt met een verzoek dat wordt gedaan tijdens het beroep bij de rechtbank. Vervolgens verklaarde de rechtbank het beroep van verzoekster niet-ontvankelijk, waardoor er geen hoofdzaak meer was die samenhing met het verzoek om voorlopige voorziening.

Daarom was het niet langer mogelijk om een voorlopige voorziening te treffen op grond van artikel 8:81 van Pro de Awb. De voorzieningenrechter wees het verzoek dan ook af, met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Awb, zonder zitting en zonder verdere behandeling.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het hoofdberoep niet-ontvankelijk is verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE
Nevenzittingsplaats Dordrecht
Sector Bestuursrecht
Vreemdelingenkamer
procedurenummer: AWB 09/45408, V-nummer: [xxx],
uitspraak van de voorzieningenrechter
inzake
[naam verzoekster], wonende te Rotterdam, verzoekster,
gemachtigde: J.F. Sang-Ajang, juridisch adviseur te Rotterdam,
tegen
de Minister van Justitie, thans de Minister van Integratie en Asiel, verweerder,
gemachtigde: mr. J.M.M. van Gils, ambtenaar bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst.
1. Ontstaan en loop van het geding
Verweerder heeft bij besluit van 4 december 2009 afwijzend beslist op de aanvraag van eiseres tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel 'medische behandeling'.
Tegen dit besluit heeft eiseres bij faxbericht van 7 december 2009 bezwaar gemaakt bij verweerder.
Bij faxbericht van 7 december 2009 heeft verzoekster een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.
Bij besluit van 11 februari 2010 heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
Tegen dit besluit heeft eiseres bij faxbericht van 18 maart 2010 beroep ingesteld.
2. Overwegingen
2.1. Ingevolge artikel 8:81 van Pro de Awb kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld, dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
Ingevolge het vijfde lid van dit artikel, voor zover hier van belang, wordt de verzoeker, indien een verzoek om voorlopige voorziening is gedaan nadat bezwaar is gemaakt en op dit bezwaar wordt beslist voordat de zitting heeft plaatsgevonden, in de gelegenheid gesteld beroep bij de rechtbank in te stellen. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt gelijkgesteld met een verzoek dat wordt gedaan hangende het beroep bij de rechtbank.
Artikel 8:83, derde lid, van de Awb bepaalt dat de voorzieningenrechter uitspraak kan doen zonder dat partijen worden uitgenodigd ter zitting te verschijnen, indien hij kennelijk onbevoegd is of het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is.
2.2. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt gelet op artikel 8:81, vijfde lid, van de Awb aangemerkt als een verzoek hangende het beroep bij de rechtbank.
Bij uitspraak van heden, procedurenummer AWB 10/10311, heeft de rechtbank het beroep van verzoekster tegen het besluit van verweerder van 11 februari 2010 niet-ontvankelijk verklaard. Ten gevolge van voornoemde uitspraak is geen sprake meer van een met het verzoek om voorlopige voorziening samenhangende hoofdzaak. Een voorziening op grond van artikel 8:81 van Pro de Awb is derhalve niet meer mogelijk. Het verzoek komt dan ook voor afwijzing in aanmerking.
De voorzieningenrechter beslist mitsdien met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Awb als volgt.
3. Beslissing
De voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage,
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Aldus gegeven door mr. J.J. Klomp, voorzieningenrechter, en door deze en mr. H. Nummerdor, griffier, ondertekend.
De griffier,
De rechter,