ECLI:NL:RBSGR:2010:BO1957
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen verrekening van na faillissement opgelegde heffingen met vordering uit onverschuldigde betaling
De curator in het faillissement van Groninger Vleeshandel B.V. (GVH) vordert terugbetaling van onverschuldigd betaalde voorschotheffingen aan Productschap Vee en Vlees (PVV) en stelt dat PVV deze niet mag verrekenen met definitieve heffingen die na het faillissement zijn opgelegd.
PVV stelde dat de definitieve heffingen, hoewel opgelegd na het faillissement, terugwerkende kracht hadden en daarom voor faillissement waren ontstaan, waardoor verrekening mogelijk zou zijn op grond van artikel 53 Faillissementswet Pro. De rechtbank oordeelde echter dat de vordering van PVV pas na faillissement is ontstaan doordat de heffingsverordening met terugwerkende kracht pas na faillissement in werking trad.
Verder stelde de rechtbank vast dat de formele rechtskracht van bepaalde heffingsbesluiten onherroepelijk was geworden omdat tegen die besluiten geen bezwaar of beroep was ingesteld, waardoor die voorschotten niet onverschuldigd waren betaald en geen rentevergoeding verschuldigd was.
De rechtbank bepaalde dat PVV de onverschuldigd betaalde voorschotten moet terugbetalen en dat de curator nog nadere stukken moet overleggen om het exacte bedrag van onverschuldigde betalingen vast te stellen. De vordering tot verificatie van de schuldvordering werd afgewezen als prematuur.
Partijen kunnen tegen dit tussenvonnis hoger beroep instellen.
Uitkomst: PVV mag de schuld aan GVH niet verrekenen met na faillissement opgelegde heffingen en moet onverschuldigd betaalde voorschotten terugbetalen.