ECLI:NL:RBSGR:2010:BO1963
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gerechtelijke vaststelling vaderschap van overleden man zonder DNA-bewijs
Het kind heeft bij de rechtbank verzocht om gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van een man die in 1995 is overleden. De rechtbank heeft de zaak behandeld op 30 augustus 2010 en de beschikking op 11 oktober 2010 uitgesproken.
Hoewel gebruikelijk DNA-onderzoek wordt verlangd om vaderschap vast te stellen, is in deze zaak daarvan afgeweken omdat de wet geen bewijsregel voorschrijft. De verklaring van de moeder, de instemming van de erfgenamen en het ontbreken van verweer boden voldoende bewijs dat de overleden man de biologische vader is. Tevens was het kind in Turkije als dochter van de man ingeschreven in de burgerlijke stand.
De rechtbank heeft de erfgenamen niet opgeroepen, maar hun schriftelijke instemming met het verzoek ontvangen en geaccepteerd. De rechtbank oordeelde dat zij rechtsmacht heeft op grond van het Nederlandse recht, dat van toepassing is vanwege de verblijfplaats van partijen.
Het verzoek tot vaststelling van het vaderschap is toegewezen, het meer of anders verzochte is afgewezen. De rechtbank wees uitvoerbaarverklaring bij voorraad af en veroordeelde niet tot kostenveroordeling omdat geen verweer was gevoerd.
Uitkomst: Het vaderschap van de overleden man over het kind is gerechtelijk vastgesteld zonder DNA-bewijs.