ECLI:NL:RBSGR:2010:BO2057
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak en veroordeling voor ontuchtige handelingen met minderjarige meisjes
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde een zaak tegen een man van 29 jaar die werd verdacht van ontuchtige handelingen en verkrachting van meerdere minderjarige meisjes. Na uitgebreid onderzoek en meerdere zittingen sprak de rechtbank verdachte vrij van de meeste ernstige ten laste gelegde feiten, waaronder verkrachting en gedwongen ontucht, wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.
Wel achtte de rechtbank bewezen dat verdachte twee meisjes van respectievelijk 13 en 16 jaar buiten echt ontuchtige handelingen had gepleegd door hen op de mond te zoenen. Verdachte werd veroordeeld voor deze feiten, waarbij geen sprake was van dwang of geweld. De rechtbank nam daarbij mee dat verdachte misbruik maakte van de vertrouwenspositie en de omgeving waar de meisjes zich ongestoord aan hun hobby paardrijden konden wijden.
De rechtbank wees het verzoek van de verdediging tot bewijsuitsluiting af en oordeelde dat de politie en het Openbaar Ministerie zorgvuldig hadden gehandeld. De straf werd vastgesteld op een taakstraf van 120 uur, met een vervangende hechtenis van 60 dagen bij niet-naleving. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding omdat verdachte van de meeste feiten werd vrijgesproken.
De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige bewijsvoering in zedenzaken en het wegen van verklaringen tegen elkaar, waarbij het bewijs niet uitsluitend op één getuige mag rusten. De rechtbank hield rekening met persoonlijke omstandigheden van verdachte en de ernst van de bewezen verklaarde feiten bij de strafoplegging.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van de meeste feiten, maar veroordeeld tot een taakstraf van 120 uur voor ontuchtige handelingen met twee minderjarige meisjes.