ECLI:NL:RBSGR:2010:BO2141
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanbestedingscriteria en motiveringsplicht bij gunning schoonmaakopdracht
De Staat heeft een Europese niet-openbare aanbesteding gehouden voor schoonmaakdiensten verdeeld over vier regio's, waarbij het gunningscriterium de economisch meest voordelige aanbieding was. Hago en Gom namen deel; Gom behaalde in regio's Noord en Zuid de hoogste scores en kreeg de opdracht gegund, Hago eindigde als tweede en kreeg een schaduwovereenkomst.
Hago stelde dat de beoordelingscommissie sub-subcriteria hanteerde die vooraf niet bekend waren gemaakt, met name bij het element 'terugkoppeling' binnen de Dagelijkse Kwaliteitscontroles (DKS). Zij betoogde dat zij daardoor onterecht minder punten kreeg toegekend en dat de motivering van de gunningsbeslissing onvoldoende was, wat in strijd zou zijn met aanbestedingsrechtelijke beginselen.
De rechtbank oordeelde dat de genoemde sub-subcriteria slechts een verdere inkleuring van het subcriterium 'terugkoppeling' vormden en geen nieuwe beoordelingscriteria waren die vooraf bekend hadden moeten zijn. De open vraagstelling aan inschrijvers maakte het mogelijk om invulling te geven naar eigen inzicht, waarbij enige subjectiviteit in beoordeling onvermijdelijk is maar niet strijdig met het recht. De motiveringsplicht was volgens de rechtbank voldoende nagekomen, mede door de nadere toelichting van de Staat.
Daarmee werden de vorderingen van Hago afgewezen en werd zij veroordeeld in de proceskosten van zowel de Staat als Gom. Het vonnis werd uitgesproken door mr. R.J. Paris op 27 oktober 2010.
Uitkomst: Vorderingen van Hago worden afgewezen; gunning aan Gom blijft in stand.