ECLI:NL:RBSGR:2010:BO2741
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beslissing over onderhoudsbepaling balkonconstructies in appartementsrecht
In deze zaak gaat het om een geschil tussen een eigenaar van een benedenwoning en de Vereniging van Eigenaren (VvE) over de vraag of de balkonconstructies van het appartementencomplex als gemeenschappelijke gedeelten moeten worden aangemerkt. De splitsingsakte uit 1969 vermeldt niets specifieks over de balkons, maar geeft aan dat de balkons tot het privé-gedeelte behoren. De VvE heeft echter een besluit genomen om de constructie van de balkons als gemeenschappelijk gedeelte te beschouwen en de kosten daarvan over alle eigenaren te verdelen.
De verzoeker, eigenaar van een benedenwoning zonder balkon, stelt dat het balkon een privé-gedeelte is en dat het besluit van de VvE in strijd is met het Reglement van splitsing en de wettelijke bepalingen. De VvE betoogt dat de betonnen balkonconstructies over de gehele breedte van het pand lopen en dat het onderhoud daarvan in het belang is van alle eigenaren, ook van degenen zonder balkon.
De kantonrechter oordeelt dat het besluit van de VvE niet als een wijziging van de splitsingsakte moet worden gezien en dat het feit dat de balkons op de tekening als privé-gedeelte zijn aangeduid niet betekent dat de constructie daarvan ook privé is. De constructie is van belang voor meerdere appartementen en het onderhoud daarvan dient als gemeenschappelijk te worden beschouwd. Het besluit is niet in strijd met redelijkheid en billijkheid en het verzoek tot vernietiging wordt afgewezen. De verzoeker wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot vernietiging van het besluit van de VvE wordt afgewezen en de verzoeker wordt veroordeeld in de proceskosten.