ECLI:NL:RBSGR:2010:BO2892
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige voortzetting vreemdelingenbewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting binnen redelijke termijn
Eiser is op 10 mei 2010 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank heeft eerder de voortzetting van de bewaring tot 29 september 2010 rechtmatig geacht. In dit vervolgberoep stelt eiser dat er geen zicht is op uitzetting naar Guinee en dat verweerder onvoldoende voortvarend heeft gehandeld.
De rechtbank heeft verweerder gevraagd om nadere informatie over de procedure tot verkrijging van een laissez passer door de Guinese autoriteiten en de voortgang van aanvragen. Verweerder gaf aan dat het gemiddelde traject ongeveer 185 dagen duurt, maar het aantal daadwerkelijk verstrekte laissez passer in 2010 was zeer beperkt. De rechtbank acht het onwaarschijnlijk dat het ontbreken van laissez passer steeds aan het ontbreken van nationaliteit of medewerking van de vreemdeling ligt.
Hoewel eiser medewerking heeft verleend aan zijn presentatie bij de Guinese autoriteiten, heeft hij niet aangetoond zelf controleerbare inspanningen te verrichten om de benodigde documenten te verkrijgen. De rechtbank concludeert dat er weliswaar zicht is op uitzetting, maar niet binnen een redelijke termijn, waardoor de voortzetting van de bewaring onrechtmatig is vanaf 23 september 2010.
De rechtbank beveelt de opheffing van de bewaring per 4 november 2010 en kent een schadevergoeding toe van € 3.360,- aan eiser wegens de onrechtmatige voortzetting. Tevens veroordeelt zij verweerder in de proceskosten van € 655,50. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt opgeheven wegens ontbreken van zicht op uitzetting binnen redelijke termijn en eiser ontvangt een schadevergoeding van € 3.360,-.