ECLI:NL:RBSGR:2010:BO2919
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- P.A. Koppen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling strafrechtelijke ontruimingsbevoegdheid bij kraken en leegstand
Eisers, bewoners van panden te Amsterdam, vorderden in kort geding dat de Staat op strafrechtelijke gronden zou worden verboden tot feitelijke ontruiming van hun panden over te gaan. Zij stelden dat de ontruimingsbevoegdheid pas ontstaat na een onherroepelijk oordeel van de strafrechter over de wederrechtelijkheid van het verblijf. Daarnaast voerden zij aan dat artikel 551a Sv in strijd is met de artikelen 8 en 13 EVRM vanwege onvoldoende waarborgen en het ontbreken van een voorafgaande rechterlijke toetsing.
De rechtbank oordeelde dat de wetgever met de Wet kraken en leegstand beoogde de ontruimingsbevoegdheid toe te kennen aan opsporingsambtenaren zonder voorafgaand rechterlijk verlof. De uitleg van artikel 551a Sv laat ruimte voor beide interpretaties, maar wetsgeschiedenis en memorie van toelichting tonen aan dat voorafgaand rechterlijk oordeel niet vereist is. De ontruiming vormt een vergaande inbreuk op het huisrecht, maar is voorzien bij wet en noodzakelijk in het belang van openbare orde en eigendomsbescherming, wat binnen de margin of appreciation van de wetgever valt.
De rechtbank verwierp de stelling dat artikel 138a Sr met terugwerkende kracht strafbaar stelt, omdat strafbaarheid ziet op het verblijf na inwerkingtreding van de wet. De civiele rechter biedt voldoende waarborg tegen onterechte ontruiming, en een kort gedingprocedure is een effectieve remedie. De vorderingen werden afgewezen en eisers werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van eisers tot verbod op strafrechtelijke ontruiming worden afgewezen.