ECLI:NL:RBSGR:2010:BO2930
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- M. Th. Nijhuis
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot oordeel onrechtmatigheid strafrechtelijk voortraject voorafgaand aan vreemdelingenbewaring
Eiser werd op 14 augustus 2010 staande gehouden en aangehouden wegens het opgeven van een valse naam. Vervolgens werd hij opgehouden voor verhoor en ter beschikking gesteld aan de afdeling vreemdelingenpolitie Utrecht. Op dezelfde dag werd een maatregel van bewaring opgelegd met het oog op uitzetting. Eiser stelde beroep in tegen deze maatregel, dat op 30 augustus 2010 ongegrond werd verklaard. De maatregel werd op 10 september 2010 opgeheven en eiser werd uitgezet.
Eiser vorderde bij de rechtbank een oordeel dat het strafrechtelijk traject voorafgaand aan de vreemdelingenbewaring onrechtmatig was, stellende dat de politie niet bevoegd was tot staande houding en dat het vorderen van het identiteitsbewijs niet noodzakelijk was. De voorzieningenrechter overwoog dat de beoordeling van de rechtmatigheid van het strafrechtelijk traject toekomt aan de strafrechter of een rechter met algemene bevoegdheid, en dat de burgerlijke rechter bevoegd is nu eiser niet langer in bewaring is.
De voorzieningenrechter stelde vast dat een verklaring voor recht niet kan worden gegeven in kort geding, tenzij sprake is van bijzondere spoedeisende omstandigheden. Aangezien de maatregel was opgeheven en eiser niet langer werd vastgehouden, ontbrak het spoedeisend belang. Eiser kon nog een bodemprocedure starten. Daarom werd het verzoek afgewezen.
Eiser werd veroordeeld in de proceskosten, begroot op €1.079, bestaande uit advocaatkosten en griffierecht. Het vonnis werd gewezen door mr. M. Th. Nijhuis en uitgesproken op 12 oktober 2010.
Uitkomst: Verzoek tot oordeel onrechtmatigheid strafrechtelijk voortraject wordt afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang.