ECLI:NL:RBSGR:2010:BO3272
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt rechtmatigheid invordering dwangsommen door Staat tegen ProRail
ProRail stelde verzet in tegen een dwangbevel van de Staat tot invordering van €65.000 aan verbeurde dwangsommen wegens overtreding van snelheidsbeperkingen op de Zeeuwse spoorlijn. ProRail voerde primair aan dat de invordering was verjaard en subsidiair dat de dwangsommen onrechtmatig waren omdat zij volgens de bestuursrechter niet verplicht was de snelheidsbeperkingen na te leven.
De rechtbank oordeelde dat de brief van 7 mei 2008 van de Staat een geldige stuitingshandeling vormde waardoor de verjaringstermijn van zes maanden werd onderbroken. Verder is de beschikking waarbij de last onder dwangsom is opgelegd onherroepelijk en rechtmatig. De rechtbank volgde ProRail niet in haar verweer dat de vernietiging van het onderliggende besluit de dwangsombeschikking zou aantasten.
Ook het beroep op algemene beginselen van behoorlijk bestuur en het evenredigheidsbeginsel faalde, evenals de stelling dat de incassokosten en wettelijke rente onterecht waren opgelegd. De rechtbank veroordeelde ProRail in de proceskosten en verklaarde het verzet ongegrond.
Uitkomst: Het verzet van ProRail tegen het dwangbevel tot invordering van €65.000 aan dwangsommen is ongegrond verklaard en de invordering is rechtmatig.