ECLI:NL:RBSGR:2010:BO3294
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende motivering ongeloofwaardigheid
Eiser diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel, die door verweerder werd afgewezen wegens toerekenbare ongedocumenteerdheid en ongeloofwaardigheid van zijn Tibetaanse herkomst en Chinese nationaliteit. De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom eiser ongeloofwaardig zou zijn, met name omdat het standpunt over het niet spreken van Mandarijn is losgelaten en de kritiek op de kennis van bevolkingsgroepen niet deugdelijk is onderbouwd.
Verder wordt geoordeeld dat het afnemen van het nader gehoor door dezelfde ambtenaar die het besluit opstelde niet leidt tot vooringenomenheid of onzorgvuldigheid. De rechtbank vindt dat verweerder terecht heeft aangenomen dat eiser toerekenbaar ongedocumenteerd is, omdat eiser geen consistente en gedetailleerde verklaring over zijn reisroute kon geven en er geen bewijs is van dwang bij het afstaan van zijn paspoort.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van € 874,-. De uitspraak benadrukt dat de gegrondverklaring van het beroep niet betekent dat eiser op alle punten gelijk heeft gekregen, en dat hoger beroep mogelijk is.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de ongeloofwaardigheid van eiser.