ECLI:NL:RBSGR:2010:BO3361
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.A.J. Overdijk
- M.J. van den Bergh
- G.F. van der Linden-Burgers
- Rechtspraak.nl
Onjuiste uitleg UWV over loondagen voor arbeidsverledeneis WW leidt tot gegrond beroep
Eiser vroeg een WW-uitkering aan na het einde van zijn arbeidsovereenkomst als acteur. UWV kende een uitkering toe voor drie maanden, maar weigerde deze te verlengen omdat eiser volgens hen niet voldeed aan de arbeidsverledeneis van minimaal 52 loondagen in vier van de vijf voorafgaande kalenderjaren.
Het geschil spitste zich toe op het jaar 2004, waarin eiser 42 dagen in Italië en 16 dagen in Nederland had gewerkt. UWV telde echter slechts vijf loondagen per week mee, waardoor het totaal op 51 dagen kwam te liggen. De rechtbank oordeelde dat UWV de bepaling in artikel 3a, onder c, van het Besluit loondagen verkeerd had uitgelegd door zaterdagen en zondagen buiten beschouwing te laten.
De rechtbank stelde dat het begrip 'gemiddeld' impliceert dat het aantal loondagen over een langere periode dan een week moet worden beoordeeld, bijvoorbeeld over het hele kalenderjaar. Hierdoor kon het besluit van UWV niet in stand blijven en werd het beroep gegrond verklaard.
Verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen en werd veroordeeld in de proceskosten van eiser. Tevens werd het betaalde griffierecht aan eiser vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het UWV wordt vernietigd vanwege onjuiste uitleg van het begrip 'gemiddeld' in het Besluit loondagen.