ECLI:NL:RBSGR:2010:BO4100
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onmiddellijke opheffing vreemdelingenbewaring wegens onvoldoende voortvarendheid bij uitzetting
Eiser is op 24 september 2010 in vreemdelingenbewaring gesteld en heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel. De rechtbank heeft onderzocht of er voldoende zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn en of verweerder voortvarend heeft gehandeld.
De lp-aanvraag (laissez-passer) werd op 11 oktober 2010 verzonden naar de Nederlandse ambassade in Hanoi, maar kwam pas op 27 oktober 2010 aan. Verweerder kon niet aantonen dat de aanvraag aan de Vietnamese autoriteiten was voorgelegd. De rechtbank concludeerde dat verweerder vanaf 12 oktober 2010 niet met de vereiste voortvarendheid heeft gewerkt.
De rechtbank oordeelde dat het voortduren van de bewaring onrechtmatig is en beveelt onmiddellijke opheffing van de maatregel. Tevens kent zij eiser een schadevergoeding van € 2.400 toe en veroordeelt verweerder in de proceskosten van € 1.092,50, beide te betalen door de griffier van de rechtbank.
Uitkomst: De rechtbank beveelt onmiddellijke opheffing van de vreemdelingenbewaring wegens onvoldoende voortvarendheid en kent een schadevergoeding toe.